HR 5 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0187
Geen verwijzing naar rb door hof indien de raadsman door rb ten onrechte niet als gemachtigde raadsman is erkend. Zelfs niet indien hem niet zou zijn toegestaan de afwezigheid van verdachte toe te lichten of een aanhoudingsverzoek te doen ter effectuering van het aanwezigheidsrecht. Als de hoofdzaak in eerste aanleg is beslist dient alleen verwijzing door het hof naar de rb te volgen indien de zaak niet is behandeld door een onpartijdig gerecht ex art. 6.1 EVRM, alsmede indien een van de personen die een kernrol vervullen ter terechtzitting niet is verschenen, terwijl deze niet geldig is opgeroepen en niet anderszins bekend was met de dag van de zitting (HR NJ 1996, 557). Van terugwijzing kan in zo’n geval alleen worden afgezien als door A-G en verdachte beslissing van de hoofdzaak door het hof wordt verlangd. Ook wanneer o.g.v. bovenstaande regel verwijzing geboden was kan over het verzuim daarvan in cassatie niet voor het eerst worden geklaagd.
De uitspraak op rechtspraak.nl