HR 25 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6452

Vertrouwensregel in het verkeersrecht. De opvatting dat de bestuurder van een motorrijtuig die daarmee rijdt over een voorrangsweg, er - behoudens bijzondere gevallen - op mag vertrouwen dat het verkeer dat deze voorrangsweg kruist, voor hem de doorgang vrij laat of (tijdig) vrij maakt, ook indien hij met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid de betreffende kruising is genaderd dan wel is opgereden, is in haar algemeenheid onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen