HR 18 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6410
WOTS-zaak; omzetting levenslange Duitse gevangenisstraf in 18 jaar. 1. Exequaturrechter mag rekening houden met persoonlijke omstandigheden veroordeelde, waaronder het oordeel van Nederlandse deskundigen aangaande zijn toerekeningsvatbaarheid. 2. Art. 31.1 WOTS moet aldus worden verstaan (a) dat de exequaturrechter bij het opleggen van de straf of maatregel welke op het overeenkomstige feit naar Nederlands recht is gesteld, de in het buitenland opgelegde sanctie, zonder duur of omvang daarvan te overschrijden, in beginsel dient te vervangen door een straf of maatregel die naar Nederlandse maatstaven en opvattingen geacht wordt te beantwoorden aan de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de dader, zij het dat de rechter bij die vervanging tevens rekening dient te houden met internationale gevoeligheden, en (b) dat hij in voorkomend geval onder de bijzondere redenen die de straf hebben bepaald, dient te vermelden waarom hij tot een lagere strafoplegging is gekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl