HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO4255

Vervolgingsuitlevering aan V.S.; dubbele strafbaarheid en vermelding art. 140 Sr als bepaling waarin de feiten waarvoor de uitlevering is verzocht naar Nederlands recht strafbaar zijn gesteld. Het vereiste van dubbele strafbaarheid vergt niet dat er overeenstemming bestaat tussen de Nederlandse bepaling en die in de V.S. Het materiële feit waarvoor de uitlevering is verzocht en dat strafbaar is naar het recht van de verzoekende staat, dient binnen de termen van een Nederlandse strafbepaling te vallen (HR NJ 1999, 587 en HR LJN AO1740). De Rb heeft gelet op de uiteenzetting van de feiten terecht art. 140 Sr vermeld. De enkele omstandigheid dat de verzoekende staat geen strafbepaling heeft overgelegd die met het Nederlandse art. 140 Sr overeenstemt, kan niet de conclusie dragen dat niet de uitlevering is gevraagd voor een feitencomplex dat naar Nederlands recht mede strafbaar is gesteld bij art. 140 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen