HR 10 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL8446
Pv eigen waarneming opsporingsambtenaar als enig bewijs. (a) Voorbedoeld pv dient te worden aangemerkt als getuigenverklaring ex art. 6 EVRM. (b) De verdachte heeft het recht de betreffende opsporingsambtenaar te (doen) ondervragen, zij het dat van hem daartoe het nodige initiatief mag worden verwacht. (c) Uit art. 344 lid 2 Sv volgt dat de wetgever een bijzonder vertrouwen heeft gesteld in de betrouwbaarheid van zo'n pv. Een verzoek tot het horen van de opsporingsambtenaar dient in het licht van a, b en c behoorlijk te worden gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl