HR 16 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL9062
1. Redelijke termijn in jeugdzaken. Art. 40 lid 2 sub b van het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 1990, 107) stelt geen verdere eisen aan de redelijke termijn dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien. 2. Aanhoudingsverzoek – van in het buitenland verblijvende jeugdige verdachte - onvoldoende gemotiveerd afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl