HR 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AJ3261

31 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/048HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Mr A.M. van Leuven, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige [betrokkene 1], kantoorhoudende te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n 1. [De moeder], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats] VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen