HR 30 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9666
In hulpeloze toestand laten van 2 maanden oude baby, terwijl feit dood ten gevolge heeft door na te laten adequate medische hulp in te roepen nadat zijn zoontje met hoofdje op betonnen vloer is gevallen, art. 255 jo. 257.2 Sr. Oorzakelijk verband tussen nalaten van verdachte en overlijden van zijn zoontje? Art. 255 en 257 Sr strekken er o.m. toe lichamelijke gezondheid en leven van hulpbehoevenden te beschermen. Op verdachte, die op de hoogte moet zijn geweest van noodzaak van medisch ingrijpen t.a.v. zijn zoontje, rustte plicht te doen wat in zijn vermogen lag om ervoor te zorgen dat zijn zoontje tijdig noodzakelijke medische hulp zou worden verschaft. Verdachte heeft, hoewel zijn zoontje in bewezenverklaarde periode in toenemende mate ernstige ziekteverschijnselen vertoonde - meer i.h.b. nadat hij met zijn hoofdje op betonnen vloer was gevallen - gedurende die periode nagelaten adequate medische hulp in te roepen. Hof heeft op grond daarvan kennelijk geoordeeld dat verdachte het gevaar dat zijn zoontje zou komen te overlijden - welk gevaar zich heeft verwezenlijkt - in zodanige mate heeft verhoogd dat overlijden redelijkerwijs aan verdachte kan worden toegerekend a.g.v. diens nalaten tijdig adequate medische hulp in te roepen. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is gelet op inhoud van gebezigde b.m. niet onbegrijpelijk. De aan ttz. in h.b. gevoerd verweer kennelijk ten grondslag liggende stelling dat voor aannemen van oorzakelijk verband tussen bewezenverklaard nalaten van verdachte en dood van slachtoffer in gegeven omstandigheden mogelijkheid dat slachtoffer ook bij tijdig inschakelen van medische hulp zou zijn overleden uitdrukkelijk door gebezigd bewijsmateriaal zou moeten worden uitgesloten, kan niet als juist worden aanvaard. Bewezenverklaring voor wat betreft oorzakelijk verband tussen nalaten van verdachte en overlijden van slachtoffer is toereikend gemotiveerd. Daaraan doet ook niet af tot bewijs gebezigde inhoud van sectieverslag, v.zv. daarin o.g.v. waargenomen letsels mede mogelijkheid is geopperd dat bepaald (opzettelijk) handelen tot hersenletsel heeft geleid. Volgt verwerping. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl