HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3094

Moord, art. 289 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. Kon hof bij oplegging van TBS gebruik maken van advies van 2 gedragsdeskundigen dat eerder dan 1 jaar voor aanvang van tz. is gedagtekend, terwijl verdachte met gebruik daarvan niet heeft ingestemd? Art. 37.2 Sr, dat ex art. 37a.3 Sr toepasselijk is, bepaalt dat indien desbetreffend advies eerder dan 1 jaar voor aanvang van tz. is gedagtekend, rechter hiervan slechts gebruik kan maken met instemming van OM en verdachte. HR stelt voorop dat a. als aanvang van de in art. 37.2 Sr genoemde termijn van 1 jaar geldt dagtekening van daar bedoeld advies resp. van eerst uitgebrachte van daar bedoelde adviezen; en b. als eindpunt van deze termijn geldt dag waarop onderzoek ttz., dat tot oplegging van maatregel heeft geleid, overeenkomstig art. 270 Sv is aangevangen dan wel opnieuw is aangevangen. Toelichting van raadsvrouw laat, in het licht van omstandigheid dat deskundigen ttz. in hoger beroep zijn ondervraagd en AG TBS met dwangverpleging heeft gevorderd, geen andere uitleg toe dan dat verdachte ermee instemde dat gebruik werd gemaakt van deskundigenrapportage. Daaraan doet niet af dat blijkens p-v van tz. in h.b. door verdachte ook nog is opgemerkt dat “er is gesproken over kans op recidive, maar mijn kinderen hebben niets van mij te vrezen”. Kennelijk heeft hof die opmerking niet opgevat als weigering met gebruik van die rapportage in te stemmen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, reeds omdat uit die enkele opmerking niet valt op te maken dat verdachte heeft bedoeld daarmee afstand te nemen van wat zijn raadsvrouw namens hem heeft aangevoerd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen