HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8899

Arnhemse Villamoord in 1998. Medeplegen diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbende, art. 312.3 Sr. 1. Verzoek om op videobanden geregistreerde vertolking van verklaring van medeverdachte op haar juistheid te laten onderzoeken door ttz. aanwezige tolk. 2. Afwijzing van ttz. in h.b. gedane verzoeken tot oproepen van deskundige. Ad 1. In motivering van afwijzing van verzoek ligt als ‘s hofs oordeel besloten dat hem niet is gebleken van noodzaak tot doen uitvoeren van gevraagd onderzoek. Aldus heeft hof de juiste maatstaf toegepast. In aanmerking genomen dat verzoek niet inhoudt op welk onderdeel of in welke mate in verzoek bedoelde vertolking onjuist zou zijn en evenmin dat en op welke wijze deze veronderstelde onjuistheid voor enige in strafzaak te nemen beslissing relevant zou kunnen zijn, is ‘s hofs oordeel niet onbegrijpelijk en behoefde het geen nadere motivering. Ad 2. P-v van tz. in h.b. van 8-5-2000 (naar welk p-v hof heeft verwezen voor motivering van zijn afwijzing) houdt ten onrechte niets in omtrent gedaan verzoek tot horen van deskundige en daarop gegeven beslissing. Dat leidt evenwel niet tot cassatie, nu hof kennelijk abusievelijk ervan is uitgegaan dat afwijzing van verzoek om deskundige te horen ttz. van 8-5-2000 (ook) in onderhavige zaak was gegeven, zodat hof bij vergissing bij afwijzing van bedoeld verzoek naar p-v van die tz. heeft verwezen. Aangenomen moet dan ook worden dat hof de afwijzing van ttz. van 14-6-2000 en 23-6-2000 gedane verzoeken heeft willen baseren op gronden zoals weergegeven in p-v van tz. van 8-5-2000 in zaak van medeverdachte. HR leest p-v’s van die tz. in die zin verbeterd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen