HR 30 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1832

Oordelen van de Centrale Raad van Beroep dat sprake is van een gezamenlijk voorzien in de huisvesting in de zin van 5a.2 ABW en dat geen sprake is van een kostgangersrelatie is niet strijdig met art. 8 EVRM. Cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De CRvB heeft geoordeeld dat de feitelijke vaststelling dat de betrokken personen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, voldoende is om aan te nemen dat gezamenlijk wordt voorzien in de huisvesting. Op grond hiervan is de CRvB tot de conclusie gekomen dat in het geval van belanghebbende en A buiten kijf is dat zij voldoen aan het criterium van het gezamenlijk voorzien in de huisvesting. Belanghebbendes klacht hiertegen is gegrond, nu een zo algemene regel als door de CRvB aan zijn conclusie ten grondslag heeft gelegd niet kan worden aanvaard. Van een gezamenlijk voorzien in huisvesting in de zin van art. 5a.2 ABW kan niet worden gesproken, ingeval de bewoner van een woning op zuiver commerciële basis een deel daarvan verhuurt aan een huurder of ter beschikking stelt aan een kostganger, en deze huurder of kostganger in dat deel van die woning zijn hoofdverblijf heeft. De klacht kan echter niet tot cassatie leiden. De CRvB heeft vastgesteld dat belanghebbende en A in 1986 gezamenlijk naar hun huidige woning zijn verhuisd, dat de woning door beiden geheel wordt gebruikt en dat belanghebbende, naar hij heeft verklaard, vanaf 1978 steeds hetzelfde bedrag aan kost en inwoning heeft betaald, te weten f 400,- per maand. Dit een en ander, dat in cassatie niet dan wel tevergeefs wordt bestreden, laat geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende en A anders dan op zuiver commerciële basis een hun tot hoofdverblijf dienende woning delen, zodat moet worden geoordeeld dat zij gezamenlijk in hun huisvesting voorzien. Anders dan belanghebbende betoogt, zijn de oordelen van de CRvB dat sprake is van een gezamenlijk voorzien in de huisvesting en dat geen sprake is van een kostgangersrelatie, niet strijdig met art. 8 EVRM. Beroep ongegrond. Centrale Raad van Beroep. E. Korthals Altes, P.J. van Amersfoort, C.B. Bavinck

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen