HR 4 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD9709
Wet Mulder zaak. Niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht, art. 62 en 68.1.c RVV 1990. Ktr heeft omschrijving van gedraging gewijzigd in ‘’als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is’’. Heeft gemachtigde van betrokkene zich kunnen verdedigen tegen wijziging van omschrijving van gedraging door Ktr? Uit art. 68.1.c jo. 79 RVV volgt dat gedraging ‘’niet stoppen voor rood licht’’ moet worden geacht te zijn verricht indien komt vast te staan dat desbetreffend voertuig voor rood licht niet is gestopt vóór stopstreep (vgl. HR:1994:ZC9752). Uit voorgaande vloeit voort dat Ktr, die is uitgegaan van juistheid van de door betrokkene gestelde feitelijke toedracht, omschrijving van gedraging ten onrechte heeft gewijzigd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat aan klacht dat betrokkene zich niet heeft kunnen verdedigen tegen wijziging van omschrijving, belang is komen te ontvallen. Volgt vernietiging v.zv. Ktr omschrijving van gedraging in zijn beslissing heeft gewijzigd en verwerping voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl