HR 26 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1970

Medeplegen afpersing (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr), oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr). Gewijzigde samenstelling hof bij hervatting onderzoek. Kon hof zijn arrest mede wijzen naar aanleiding van onderzoek ttz. in hoger beroep van 22-12-1997, terwijl na die zitting zowel ttz. van 16-3-1998 als ttz. van 11-5-1998 onderzoek opnieuw is aangevangen i.v.m. gewijzigde samenstelling van hof? Rechterlijk college dat zaak behandelt, is verplicht onderzoek opnieuw aan te vangen wanneer bij hervatting van onderzoek de samenstelling van college een andere is geworden. Ex art. 350 Sv vinden beraadslaging en beslissing plaats naar aanleiding van onderzoek ttz. Aan dit voorschrift kan uitsluitend worden voldaan indien rechters die vonnis wijzen, hebben deelgenomen aan onderzoek ttz. op basis waarvan vonnis wordt gewezen. Opnieuw aanvangen van onderzoek betekent opnieuw behandelen van zaak alsof eerder onderzoek ttz. niet heeft plaatsgehad. Hetgeen in dat eerdere onderzoek is geschied, verliest in beginsel betekenis voor het door rechter te wijzen vonnis. Hieruit vloeit voort dat hof, nu onderzoek ttz. van 16-3-1998 en dat van 11-5-1998 wegens gewijzigde samenstelling van hof opnieuw was aangevangen, bij zijn beraadslaging en beslissing ten onrechte mede acht heeft geslagen op verhandelde ttz. van 22-12-1997. Dit leidt echter niet tot cassatie, in aanmerking genomen dat a) samenstelling van hof op tz. naar aanleiding waarvan is beraadslaagd en beslist, identiek was, zodat in zoverre geen inbreuk is gemaakt op hiervoor weergegeven regel dat dient te worden beraadslaagd en beslist door rechters die hebben deelgenomen aan onderzoek ttz. op basis waarvan vonnis is gewezen en b) middel niet inhoudt dat en waarom verdachte niettemin in enig belang is getroffen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen