HR 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1754

Medeplegen poging tot diefstal d.m.v. braak van één of meer bromfietsen (art. 311.1 Sr) en opzetheling van gestolen bromfiets (art. 416.1.a Sr). 1. Bewijsklacht pleegplaats poging tot inbraak. Kan uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen volgen dat poging tot inbraak te Nieuwkoop heeft plaatsgevonden? 2. Bewijsklacht poging tot inbraak. Kan uit de door hof gebruikte b.m. volgen dat oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op één of meer bromfietsen was gericht? 3. Bewijsklacht opzetheling. Heeft verdachte van misdrijf afkomstige bromfiets “voorhanden gehad” a.b.i. art. 416.1.a Sr, omdat verdachte (nu hij enkel achterop een door een ander bestuurde, gestolen bromfiets is gesprongen) geen feitelijke zeggenschap over goed heeft gehad? Ad 1. Gelet op tll., ttz. in hoger beroep afgelegde verklaring van verdachte en pleegplaats opzetheling, is kennelijk bij vergissing in aanvulling op verkort arrest als verklaring van verdachte opgenomen dat poging tot inbraak zou zijn gepleegd te Mijdrecht i.p.v. te Nieuwkoop. HR leest dat b.m. met verbetering van die misslag waardoor aan middel in zoverre feitelijke grondslag komt te ontvallen. Ad 2. Uit de door hof gebruikte b.m. kan bewezenverklaring van oogmerk worden afgeleid. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats. Ad 3. Wetgever is uitgegaan van ruim begrip “voorhanden hebben”. Gelet op de voor bewijs gebruikte verklaring van verdachte en ‘s hofs nadere bewijsoverweging, ligt in bestreden uitspraak als ’s hofs oordeel besloten dat verdachte de bromfiets tezamen met ander als vervoermiddel heeft gebruikt en aldus voorhanden had. Dat oordeel geeft in het licht van wetsgeschiedenis bij art. 416.1.a Sr geen blijk van verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. bewijsklacht pleegplaats poging tot inbraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen