HR 26 maart 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC3206

Terugvordering bijstand verstrekt in vorm geldlening; rechtskarakter en verjaring vordering; duur en aanvang termijn. Algemene Bijstandswet kent op dit punt geen eigen regeling. Bijstand in vorm geldlening berust op overeenkomst naar burgerlijk recht hoezeer ook door gemeente aangegaan op grond van een bestuursrechtelijk besluit: verplichting tot terugbetaling te kwalificeren als een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis om te geven als bedoeld in art. 3:307 BW; vordering gemeente onderworpen aan verjaringstermijn van vijf jaar na opeisbaar worden vordering. Het op uitleg berustende oordeel dat uit de overeenkomst voortvloeit dat vordering opeisbaar was door de beëindiging van het bedrijf geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting; daaraan doet niet af dat gemeente pas tot terugvordering in rechte kan overgaan na daartoe strekkend besluit van de gemeente.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen