HR 25 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2934

Verjaring (art. 3:310 lid 1 BW). Aanvang vijfjarige verjaringstermijn indien het niet geldend kunnen maken van vordering voortvloeit uit omstandigheden die aan debiteur moeten worden toegerekend; verjaringstermijn vangt aan wanneer die omstandigheden het kunnen geldend maken van de vordering niet langer verhinderen. Redelijkheid en billijkheid. Is aanvang twintigjarige verjaringstermijn ook afhankelijk van de schuldeiser persoonlijk betreffende omstandigheden? Rechtszekerheid. Is art. 3:301 lid 3 BW alleen van toepassing op de in art. 3:310 lid 2 BW met zoveel woorden genoemde bedoelde rechtsvorderingen?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen