HR 7 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1001
Mensensmokkel door te bemiddelen bij schijnhuwelijken, art. 197a Sr. 1. Uitleg bestanddeel “behulpzaam zijn bij”. Heeft art. 197a Sr betrekking op bemiddeling bij schijnhuwelijken? 2. Voornemen wetgever om bemiddeling bij schijnhuwelijken apart strafbaar te stellen. Ad 1. Art. 197a Sr is in WvSr gevoegd ter uitvoering van Schengen Uitvoeringsovereenkomst. Gelet op art. 27.1 Uitvoeringsovereenkomst kan niet als juist worden aanvaard stelling - die geen steun vindt in tekst van art. 197a Sr en in strijd is met hetgeen kennelijk bedoeling is geweest van partijen bij Uitvoeringsovereenkomst en van wetgever - dat niet o.g.v. art. 197a Sr zouden kunnen worden gestraft zij die, zonder betrokkene behulpzaam te zijn geweest bij verschaffen van toegang tot Nederland, hem behulpzaam zijn bij zijn wederrechtelijk verblijf in Nederland. Daaraan doet niet af dat in wetsgeschiedenis van art. 197a Sr sprake is van tegengaan van activiteiten van "Schlepperorganisationen". Bestanddeel "behulpzaam zijn bij" moet in art. 197a Sr, zoals ook uit wetsgeschiedenis blijkt, in overeenkomstige zin worden uitgelegd als in art. 48 Sr. Het gaat er om of betrokkene (verder) verblijf in Nederland van vreemdeling in enigerlei opzicht bevordert of gemakkelijk maakt. Hof heeft geoordeeld dat in bewezenverklaring bedoelde huwelijken zijn gesloten telkens en uitsluitend met oog op verkrijging door illegaal in Nederland verblijvende partner van verblijfsstatus en dat verdachte bewezenverklaarde handelingen, gericht op totstandkoming van die huwelijken, uit winstbejag heeft verricht. Dit oordeel is gelet op b.m. niet onbegrijpelijk. 's Hofs daarop en op die b.m. gegronde oordeel dat verdachte door die handelingen in bewezenverklaring genoemde personen bij hun verblijf in Nederland uit winstbejag behulpzaam is geweest in de zin van art. 197a Sr, geeft niet blijk van onjuiste uitleg van die wetsbepaling. Ad 2. Art. 197b Sr bevatte aanvankelijk hetzelfde strafmaximum als art. 197a Sr en is specifieke, tot werkgevers gerichte, bepaling, die niet bestanddeel "uit winstbejag" kent. Tijdens parlementaire behandeling van dat artikel is voorgenomen strafbaarstelling van hen die “schijnrelatievorming of schijnaanvaarding ter fine van toelating tot Nederland begunstigen, bevorderen of vergemakkelijken” ter sprake gekomen. Toen is door regering opgemerkt dat daarbij “ongeveer constructie van art. 197b en art. 197c Sr” zal worden gevolgd. Uit voorafgaande volgt wel dat wetgever voornemens is ook t.a.v. bemiddeling bij schijnhuwelijken specifieke bepalingen in WvSr op te nemen, zoals dat eerder met art. 197b e.v. Sr t.a.v. werkgevers is geschied doch niet dat zodanige handelingen, ook v.zv. deze kunnen worden aangemerkt als uit winstbejag verrichte handelingen waarop art. 197a Sr ziet, thans niet strafbaar zouden zijn. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl