HR 24 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0782

Herziening. Militaire zaak. Dienstweigering, art. 139 WMSr. Aangevoerd wordt dat HR OM n-o zou hebben verklaard in zijn vervolging indien HR bekend zou zijn geweest met bij aanvraag gevoegde beschikking van Minister van Defensie, inhoudende erkenning van bezwaren van aanvrager tegen vervulling van militaire dienst als ernstige gewetensbezwaren in de zin van art. 2 Wet gewetensbezwaren militaire dienst. Indien inhoud van deze beschikking aan HR bekend zou zijn geweest vóórdat arrest werd gewezen, zou HR ’s Hofs arrest hebben vernietigd, behalve v.zv. daarbij vonnis van Rb is vernietigd, en ex art. 10 Wet gewetensbezwaren militaire dienst OvJ alsnog n-o hebben verklaard in zijn vervolging. Hier is derhalve sprake van omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2 Sv. Aangezien reeds thans vaststaat dat na verwijzing van zaak ex art. 465.2 Sv geen andere beslissing kan volgen dan niet-ontvankelijkverklaring van OvJ in zijn vervolging, zal HR om doelmatigheidsredenen zaak zelf afdoen. HR verklaart aanvraag gegrond en verklaart OvJ alsnog n-o in zijn strafvervolging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen