HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733
Dat een verdachte geen verklaring geeft voor belastende omstandigheid mag in bewijsoverweging worden betrokken. De rechter is niet gehouden tot het waarschuwen van een verdachte inz. de gevolgen van het niet aanvoeren van hem ontlastende omstandigheden. EVRM 6.2; Sv 29.1, 359.1 en 3. Weigering verklaring te geven voor belastende omstand. mag in bew.overweging worden betrokken. Rechter hoeft verdachte niet te waarschuwen voor gevolgen van niet aanvoeren van ontlastende omstandigheden. Het feit dat verdachte weigert een verklaring af te leggen of antwoord te geven kan op zich (mede gelet op art. 29.1 Sv) niet tot bew. bijdragen. Dat brengt niet mee dat de rechter niet in zijn bew.overwegingen mag betrekken dat een verdachte voor een omstandigheid die op zich of samen met andere bew.middelen redengevend moet worden geacht voor het bew., geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. Het Hof heeft niet onbegr. in samenhang met de bewijsmiddelen inzake de herkenning van verdachte, de omstandigheden dat verdachte bij zijn aanhouding in bezit was van een strippenkaart die korte tijd na de feiten was afgestempeld in de omgeving, waar deze zouden zijn gepleegd, redengevend geacht voor het bew. Door in zijn bew. overwegingen te betrekken dat verdachte voor die omstandigheden geen redelijke verklaring heeft kunnen geven heeft het Hof geen rechtsregel geschonden. De rechter is niet gehouden tot het waarschuwen van een verdachte inzake de gevolgen van het niet aanvoeren van hem ontlastende omstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl