HR 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC9316

Herziening. Medeplegen dealen in harddrugs, art. 2.B Opiumwet. Aangevoerd wordt dat aanvrager naar alle waarschijnlijkheid zou zijn vrijgesproken, indien hof bekend zou zijn geweest met inhoud van overgelegde verklaringen van getuigen, waarin zij terugkomen op eerder door hen bij politie afgelegde, voor aanvrager belastende verklaringen. Aanvrager moet aannemelijk maken dat en waarom getuigen op een hem belastende verklaring terugkomen. De door getuigen opgegeven redenen voor het terugkomen op hun verklaring, zoals die voor bewijs van tlgd. is gebezigd, leveren echter geen grond op om aan te nemen dat deze verklaringen onjuist zijn geweest, aangezien redenen onvoldoende ondersteund en onaannemelijk zijn. Voorgaande leidt tot oordeel dat aan inhoud van de bij aanvrage tot herziening overgelegde verklaringen geen ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.2 Sv kan worden ontleend. Aanvraag n-o.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen