HR 22 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1347
Taxusstruik. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor vergiftiging door losliggende struik. Een inbreuk op het eigendomsrecht van een ander, welke inbreuk uitsluitend bestaat in het boven diens grond hebben van een gedeelte van een losliggende struik, vestigt nog niet een aansprakelijkheid voor vergiftiging, in het bijzonder niet als degene die de struik aldus heeft neergelegd, niet wist of behoefde te weten dat die struik giftig was. De in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid reikt niet zó ver dat degeen die een plant of struik waarvan hij de giftigheid niet kent of behoeft te kennen, onder zich heeft, verplicht zou zijn om deze plant of struik op zodanige wijze onder zijn controle te houden dat zij geen gevaar kan opleveren, tenzij hem na onderzoek is gebleken dat de plant of struik ongevaarlijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl