HR 27 april 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9346
Als plaats waar de misdrijven, overtreding van art. 68 lid 1 en 3 AWR en art. 225 lid 1 Sr, zijn begaan is mede aan te merken de plaats waar de ingevulde en ondertekende aangiftebiljetten zijn ingeleverd, onderscheidenlijk de plaats waarnaar de valselijk opgemaakte geschriften zijn gezonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl