HR 2 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:AB8155
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en belastingfraude, meermalen gepleegd (art. 69 AWR). 1. Had hof verweer van raadsman moeten opvatten als beroep op nietigheid van dagvaarding o.g.v. strijd met art. 261 Sv en kan bewezen worden verklaard dat “bedrijfsadministratie’’ een geschrift is in de zin van art. 225 Sr? 2. Had hof gemotiveerd moeten beslissen op beroep op onrechtmatigheid van bewijsverkrijging, nu OvJ op “misleidende gronden” de opening van gerechtelijk vooronderzoek heeft gevorderd? 3. Bewijsklachten belastingfraude t.a.v. opnemen van valse facturen in bedrijfsadministratie en pleegplaats. Ad 1. Hof heeft verweer van raadsman kennelijk niet opgevat (en niet behoeven op te vatten) als beroep op nietigheid van dagvaarding wegens strijd met art. 261 Sv zodat middel, dat ervan uitgaat dat verweer aldus moet worden opgevat, geen doel treft. Hof heeft terecht geoordeeld dat bedrijfsadministratie in haar geheel als geschrift in de zin van art. 225 Sr kan worden aangemerkt. V.zv. middel opkomt tegen hetgeen hof voorts heeft overwogen (daarbij komt dat verdachte ttz. zelf heeft verklaard te weten dat bedrijfsadministratie onder meer nodig is voor bepaling van omzetbelasting) kan het niet tot cassatie leiden, reeds omdat deze overweging ten overvloede is gegeven. Ad 2. Nu hof blijkens zijn overwegingen de feitelijke grondslag van beroep op niet-ontvankelijkheid OM niet aannemelijk heeft geacht, behoefde het niet nog uitdrukkelijke beslissing te geven op het op diezelfde feitelijke grondslag steunende beroep op onrechtmatige bewijsgaring. Ad 3. Blijkens de door hof gebruikte bewijsmiddelen is voorafgaande aan weergave van bewijsmiddel 4 als opschrift vermeld: ‘’t.a.v. het onder 1 primair tlgd. (valsheid in geschrift)’’. HR verstaat dit opschrift als kennelijke misslag en leest gebezigde b.m. zonder deze vermelding. Aldus verbeterd gelezen, kunnen in toelichting op middel genoemde onderdelen van het onder 3 bewezenverklaarde (belastingfraude) uit de m.b.t. dat feit gebezigde b.m. worden afgeleid. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl