HR 24 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0485

Huurrecht woonruimte. Verzoek verhuurder vanwege het dringend nodig hebben voor eigen gebruik een tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst waarbij huurders een vrijstaande woning met omvangrijk erf huren, zal eindigen. “Andere passende woonruimte” voor huurders in de zin van art. 7A:1623 e BW (thans art. 7:274 lid 1 onder c BW). Devolutieve werking. Passend kan ook zijn een woonruimte die in grootte, ligging of anderszins een wezenlijk ander woongenot biedt (zie tevens HR 18 oktober 1985, Van Voorst/Heus). Rechtbank heeft ten onrechte nagelaten te beslissen op het in eerste aanleg gedane subsidiaire verzoek tot vaststelling van een door verhuurder te betalen bedrag wegens verhuis-en inrichtingskosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl