HR 25 juni 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8663
Beklag, beslag op geluidsapparatuur onder klaagster i.h.k.v. verdenking t.z.v. strafbaar feit, waarna OM goederen zonder beslissing rechter af te wachten heeft teruggegeven aan verzekeraar. Hof heeft zich buiten staat verklaard gevraagde teruggave aan klaagster te gelasten, nu inbeslaggenomen goederen niet meer ter beschikking zijn van OM. 1. Kan beklagrechter zich in navolging van zittingsrechter ex art. 353.1 Sv buiten staat verklaren? 2. Omvang schadevergoeding indien na gegrondverklaring van beklag niet kan worden voldaan aan last tot teruggave, omdat OM in strijd met art. 118.3 Sv inbeslaggenomen goed reeds heeft teruggegeven aan ander beslagene. Ad 1. Het staat beklagrechter niet vrij zich buiten staat te verklaren om gevraagde teruggave te gelasten. In art. 353.1 Sv vermelde mogelijkheid tot het doen van zodanige verklaring is slechts gegeven aan rechter die een van in die bepaling genoemde einduitspraken doet. Ad 2. HR heroverweegt eerdere rechtspraak (NJ 1979/620), die ertoe strekt beslagene voor uitblijven van te zijnen behoeve bevolen afgifte, die gevolg is van onrechtmatig optreden van OvJ, op dezelfde eenvoudige wijze schadeloos te stellen als in art. 119.2 Sv is voorzien voor het geval aan last tot teruggave niet kan worden voldaan omdat met inbeslaggenomen voorwerp is gehandeld overeenkomstig art. 117.1 Sv. Berekening van hetgeen beslagene toekomt als vergoeding van schade die hij lijdt t.g.v. voornoemd verzuim behoort bij gebreke van specifieke regeling in WvSv te geschieden ex art. 1401 BW hetzij in onderling overleg tussen beslagene en Staat hetzij in procedure bij burgerlijke rechter. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl