HR 26 februari 1991, ECLI:NL:HR:1991:2

Militaire zaak. Weigeren van bloedproef (art. 33a.6 WVW) en doorrijden na aanrijding (art. 30.1.a WVW). Onrechtmatig verkregen bewijs verweer. 1. Bevoegdheid tot binnentreden opsporingsambtenaren. Is legeringskamer in legeringsgebouw, waarin zich 3 mariniers bevinden, aan te merken als woning in de zin van art. 120 Sv? 2. Zijn opsporingsambtenaren tegen wil van bewoners legeringskamer binnengetreden? 3. Is optreden van verbalisanten disproportioneel, nu zij huisrecht van verdachte hebben geschonden? 4. Onvolledige vermelding wetsartikelen waarop straf is gegrond. Ad 1. Hof heeft geoordeeld dat slaapvertrek geen woning is, nu op deze kamer militairen, die nacht niet thuis in hun woning kunnen doorbrengen, gelegerd zijn in die zin dat zij daar onder verantwoordelijkheid van militair gezag hun kleding en uitrusting (kunnen) opbergen en nacht (kunnen) doorbrengen. Op voormelde gronden heeft Hof zonder miskenning van het recht kunnen oordelen dat onderhavig vertrek geen woning is in de zin van art. 120 e.v. Sv. Ad 2. Middel kan niet tot cassatie leiden, reeds omdat het zich richt tegen een door Hof ten overvloede gegeven overweging. Ad 3. Standpunt van middel moet lot van eerste middel delen. V.zv. wordt betoogd dat Hof ongemotiveerd aan verweer dat optreden van verbalisanten in strijd is met beginsel van subsidiariteit is voorbijgegaan, mist middel feitelijke grondslag. ’s Hofs oordeel dat niet kan worden gezegd dat door opsporingsambtenaren gevolgde werkwijze onnodig ingrijpend was en dat voor onderbreken van opsporingsonderzoek tot volgende morgen geen enkele reden was, is niet onbegrijpelijk en geeft niet blijk van verkeerde rechtsopvatting. Tot nadere motivering van verwerping van dit verweer was Hof niet gehouden. Ad 4. HR ambtshalve: Hof heeft verzuimd onder wettelijke voorschriften waarop opgelegde straffen zijn gegrond te vermelden art. 35 en 39 WVW. HR geeft toepassing aan art. 442 Sv en verstaat dat deze voorschriften behoren tot wettelijke voorschriften waarop strafoplegging is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen