HR 19 december 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8366

Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van ontucht door ambtenaar met persoon die aan zijn gezag is onderworpen, art. 249.2.1 Sr. Hof heeft bevestigd beschikking Rb waarbij bezwaarschrift tegen dagvaarding ongegrond is verklaard en waarin is overwogen dat geen sprake hoeft te zijn van juridische, geformaliseerde relatie tussen ambtenaar en ander. Heeft Hof juiste betekenis toegekend aan begrip ‘’persoon aan zijn gezag onderworpen of aan zijn waakzaamheid toevertrouwd of aanbevolen’’ a.b.i. art. 249.2.1 Sr in relatie tot begrip ‘’ambtenaar’’? Wetsgeschiedenis bij art. 249.2.1 Sr, welke bepaling rechtstreeks is ontleend aan art. 267 Oorspronkelijk Regeringsontwerp geeft geen steun aan uitleg van art. waarbij onder woorden ‘’gezag’’ c.q. ‘’waakzaamheid’’ mede worden begrepen gezag c.q. waakzaamheid die niet berusten op juridische, geformaliseerde, relatie tussen ambtenaar en bedoelde persoon maar daarop dat ‘’persoon zich uit eigen beweging aan gezag van ambtenaar onderwerpt of zichzelf aan hem toevertrouwt of aanbeveelt’’. Ook doel en strekking van bepaling dwingen niet tot de door Hof gevolgde lezing. Bescherming die art. 249.2.1 Sr biedt aan daar genoemde personen is niet beperkt tot minderjarigen, zoals bescherming die art. 249.1 Sr geeft aan bedienden of ondergeschikten tegenover hun werkgevers, noch tot personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd of anderszins in relatie van onvrijwillige feitelijke afhankelijkheid van anderen zijn gehuisvest, zoals bescherming die art. 249.2.2 Sr biedt aan personen die zijn opgenomen in daar bedoelde inrichtingen tegenover bestuurders en personeel van die inrichtingen. Bescherming van art. 249.2.1 Sr strekt zich uit tot allen wier vrijheid van handelen tegenover ambtenaar niet anders is beperkt dan door gezag dat deze aan zijn functie ontleent enerzijds en tot allen die aan waakzaamheid waartoe zijn functie de ambtenaar verplicht aanspraak op zorg jegens hem ontlenen anderzijds. Er is geen genoegzame reden die bescherming uit te breiden buiten grenzen van het bij of krachtens wet aan ambtenaar opgedragen gezag c.q. waakzaamheid jegens personen die van aldus opgedragen gezag c.q. aldus opgedragen waakzaamheid afhankelijk zijn. Op dezelfde gronden als hiervoor aangegeven kan niet als juist worden aanvaard 's Hofs oordeel dat voor vraag of sprake is van gezagsverhouding of van toevertrouwd of aanbevolen zijn a.b.i. art. 249.2.1 Sr niet beslissend is ‘’wat formeel of normaal tot taak van betrokken ambtenaar kan worden gerekend’’. Hof heeft beschikking niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en verwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen