HR 29 september 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC9986
Beklag, beslag ex art. 97 Sv op geld van klager in kluis bij bank in België. OM-cassatie. Rb heeft geoordeeld dat beslag onrechtmatig is, nu niet is voldaan aan voorwaarden van art. 97 Sv en bevoegdheid OvJ tot inbeslagneming niet op enig ander artikel kan worden gegrond. 1. Is oordeel Rb dat OvJ een rogatoir verzoek heeft doen uitgaan o.g.v. art. 97 Sv onjuist? 2. Had Rb (in dit stadium reeds) teruggave van geld aan klager mogen bevelen? Ad 1. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat art. 97.1 Sv ook van toepassing is indien OvJ huiszoeking ter inbeslagneming niet doet maar d.m.v. verzoek om internationale rechtshulp bewerkstelligt. Art. 44 Beneluxverdrag aangaande uitlevering en rechtshulp in strafzaken, volgens welke bepaling op uitvoering van verzoeken om rechtshulp uitsluitend wet van aangezochte partij van toepassing is, doet daaraan niet af. Ad 2. Indien rechter het beklag over inbeslagneming gegrond bevindt, dient hij ex art. 552a.5 Sv daarmee overeenkomende last te geven. Indien het voorwerpen, dossiers of documenten betreft a.b.i. art. 29.2 Beneluxverdrag en daar bedoelde aangezochte partij daarvan geen afstand heeft gedaan, dient hij ingevolge die bepaling de teruggave aan die staat te bevelen. Nu Rb niet heeft vastgesteld dat Belgische autoriteiten afstand hebben gedaan van het op verzoek van OvJ inbeslaggenomen geld, had zij derhalve niet teruggave van dat geld aan klager mogen bevelen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. toepasselijkheid art. 97 Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl