HR 17 december 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9146
Schuldheling door van 2 onbekende mensen caravan (zonder papieren) te kopen, art. 417bis.1.a Sr. 1. Uitleg tll. Heeft Hof grondslag tll. verlaten door “aanmerkelijke” tussen haken te plaatsen? 2. Heeft Hof verwaarlozing van geboden voorzichtigheid t.a.v. herkomst van caravan uit b.m. kunnen afleiden? 3. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. Had Hof moeten motiveren waarom het gevangenisstraf i.p.v. hechtenis heeft opgelegd? Ad 1. Hof heeft tll., v.zv. inhoudende ‘’met grove, althans (aanmerkelijke) verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid’’, klaarblijkelijk opgevat - gelijk het die zinsnede ook heeft kunnen opvatten - in die zin dat verdachte verweten wordt gehandeld te hebben met grove verwaarlozing, althans aanmerkelijke verwaarlozing, althans verwaarlozing van te dezen geboden voorzichtigheid. Aldus opgevat voldoet opgave van feit aan eis van art. 261 Sv. Bestanddeel ‘’schuld’’ in art. 417bis Sr ziet op grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Mate van onvoorzichtigheid t.a.v. herkomst van caravan en daarmede van schuld is voldoende tot uitdrukking gebracht in tll. ook v.zv. daarin verdachte verweten wordt gehandeld te hebben met ‘’verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid’’. Hieruit volgt dat Hof bij zijn beraadslaging en beslissing grondslag van tll. niet heeft verlaten. Ad 2. Hof heeft tlgd. verwaarlozing van te dezen geboden voorzichtigheid t.a.v. herkomst van caravan kunnen afleiden uit b.m., i.h.b. uit verklaring van verdachte ttz. in h.b., v.zv. inhoudende dat 2 hem onbekende zigeuners hem caravan te koop aanboden, dat hij gezegd heeft die caravan niet te willen kopen als er geen geldige papieren bij waren en dat hij die caravan heeft gekocht, hoewel er geen papieren (zoals registratiebewijs) bij waren. Hieraan vermag hetgeen verdachte volgens middel voorts nog ttz. in h.b. heeft verklaard niet af te doen. Ad 3. HR: Middel faalt op in CAG daarvoor aangegeven gronden. CAG: Art. 359.6 Sv schrijft voor dat bij oplegging van straf die vrijheidsbeneming medebrengt vonnis i.h.b. redenen opgeeft die tot keuze van deze strafsoort hebben geleid. Wetgever stelt hier tegenover elkaar vrijheidsbenemende sancties (gevangenisstraf, hechtenis, arrest, tuchtschool en tbr) enerzijds en ‘’een lichtere strafsoort, zoals een geldboete, in voorkomende gevallen ook verbeurdverklaring in plaats van hoofdstraf, of berisping’’. Het gaat om keuze tussen vrijheidsstraf of vermogenssanctie. Geen rechtsregel gebiedt rechter zijn keuze uit 2 op feit gestelde vrijheidsbenemende hoofdstraffen nader te motiveren. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl