HR 10 september 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC1589
Boekjes (555 stuks), waarin naar verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden beledigende uitlatingen voor Joden zijn opgenomen, ter openbaarmaking in voorraad hebben, art. 137e.1.2 Sr. 1. Heeft voorzitter hof de raadsman belet zijn pleitnota in haar geheel voor te dragen? 2. Grondslagverlating. Heeft hof grondslag tll. verlaten door woorden ‘’discriminatie van Joden’’ te lezen als ‘’discriminatie van Joden wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of hun levensovertuiging’’? 3. Discrimineert boekje, waarin uitlatingen voorkomen, Joden wegens hun ras, nu opzet is gericht op discriminatie van communisten? 4. Opzet op belediging van Joden. Wist verdachte of moest hij redelijkerwijs vermoeden dat uitlatingen in boekje een anti-Joods karakter hebben? Ad 1. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat raadsman ttz. van Hof door voorzitter is belet zijn pleitnota in haar geheel voor te dragen, zodat middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Ad 2. Hof heeft tll. niet ‘’uitgebreid’’ maar inhoud daarvan vastgesteld, nadat het tot feitelijk en niet onbegrijpelijk oordeel was gekomen dat in tll., zoals die in inleidende dagvaarding is opgenomen, op nader aangeduide plaats de woorden ‘’wegens hun ras en/of hun godsdienst en/of hun levensovertuiging’’ door kennelijke omissie zijn weggevallen. Ad 3. Klacht dat boekje, waarin in tll. weergegeven uitlatingen voorkomen, Joden discrimineert als communisten maar niet wegens hun ras en/of godsdienst en/of hun levensovertuiging, miskent dat onderhavige strafzaak betrekking heeft op bepaalde bladzijden van boekje, aan het karakter waarvan de overige inhoud of strekking van boekje niet afdoet. Ad 4. Hof heeft terecht geoordeeld dat uitlatingen het in bewezenverklaarde vermelde beledigende karakter hebben, alsmede (in het bijzonder o.g.v. proces-verbaal, v.zv. als verklaring van verdachte inhoudende ‘’Ik ken het door U genoemde boekje, getiteld ‘’Politieke Geheimen 1’’. ... Ik weet wat de inhoud van het boekje is. ... Het is mij bekend dat er anti-Joodse uitlatingen in het boekje staan. Het gehele boekje is anti-Joods.’’) kunnen oordelen dat bewezen is dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat uitlatingen voormeld karakter hebben. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl