HR 25 november 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC7058

Militaire zaak. 1. Dood door schuld in het verkeer, art. 36 WVW 1935 (oud). Aanmerkelijke onvoorzichtigheid? 2. Meerdere slachtoffers t.g.v. één botsing. Meerdaadse samenloop, art. 57.1 Sr? 3. Gesteld gevolg van onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. 4. Niet bewezen verklaarde omstandigheid (alcoholgebruik) betrokken in strafmotivering. Ad 1. Verdachte, die ter plaatse goed bekend was, is ’s nachts in zijn auto op een vrij bochtige weg, met aan weerszijden ongeveer 1,50 meter brede bermen waarin bomen groeiden, met veel te hoge snelheid een bocht ingereden, waarna hij die bocht is “uitgevlogen” en tegen een boom is gebotst, ten gevolge waarvan drie inzittenden van zijn auto zijn overleden. Daaruit heeft het Hof kunnen afleiden dat de botsing aan aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag van verdachte is te wijten. Ad 2. Hof heeft het bewezen verklaarde terecht gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”, aangezien het feit het meermalen veroorzaken van het in de wet omschreven gevolg, te weten de dood van een ander, oplevert. Ad 3. Stelling dat onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid zou leiden tot ontslag, mist feitelijke grondslag. Hof heeft geoordeeld en heeft ook heeft kunnen oordelen dat een dergelijk voornemen van de werkgever tot ontslag niet aannemelijk is geworden. Ad 4. Geen rechtsregel verbood het Hof het uit het onderzoek ttz. gebleken alcoholgebruik van verdachte in overwegingen t.a.v. strafoplegging te betrekken. Daaraan doet niet af dat niet was bewezen verklaard dat verdachte a.g.v. dat alcoholgebruik verkeerde in de toestand a.b.i. art. 26.2 WVW 1935 (oud).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen