HR 19 februari 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6817
Opzetheling (art. 416.1.b Sr) en voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 3 Vuurwapenwet 1919). Eendaadse samenloop, art. 55.1 Sr? Bewezen verklaarde gedragingen kunnen nooit één feit ex art. 55.1 Sr opleveren dan wel als voortgezette handeling a.b.i. art. 56 Sr worden aangemerkt, aangezien strekking van art. 416 Sr een geheel andere is dan die van art. 3 jo. 12 Vuurwapenwet 1919. HR ambtshalve: verbetering kwalificatie (“heling, meermalen gepleegd”).
De uitspraak op rechtspraak.nl