HR 3 december 1974, ECLI:NL:HR:1974:AB6908

Faillissementsfraude door bedrieglijke bankbreuk en onttrekking van goederen aan failliete boedel, meermalen gepleegd (art. 341 en 343 Sr) en belastingfraude door het doen van onjuiste belastingaangiften, meermalen gepleegd (art. 69 AWR). 1. Bewijsklacht eigen waarneming of ondervinding van getuige. Kon hof de verklaring van curator voor bewijs gebruiken? 2. Kon hof de verdachte aanmerken als “bestuurder” a.b.i. 343 Sr? 3. Bewijsklacht bedrieglijke bankbreuk. Kon hof oordelen dat verdachte heeft gehandeld “ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr? Ad 1. Verklaring van getuige bevat niet iets wat niet vatbaar kan worden geacht voor eigen waarneming of ondervinding van die getuige (curator in faillissement van verdachte en in dat van vennootschap). Eis dat uit gebruikte bewijsmiddelen kan volgen op welke wijze en door welke waarneming deze getuige het door hem verklaarde heeft waargenomen of ondervonden, vindt geen steun in wet. Ad 2. Hetgeen door hof blijkens zijn overwegingen feitelijk is vastgesteld m.b.t. het zich gedragen door verdachte vindt steun in gebruikte b.m. Deze b.m. houden in dat verdachte in 1969 en 1970 bij vennootschap de enige was die over geldmiddelen kon beschikken, dat alleen verdachte de sleutel had van kluis op kantoor van vennootschap, dat alleen verdachte t.l.v. rekening van die vennootschap bij bank geld kon ophalen of op door hem ondertekende cheques kon laten halen, dat hij als directeur van die vennootschap was opgetreden gedurende de sedert zijn faillietverklaring verstreken periode, en dat getuigen (beiden in dienst van vennootschap) hadden te doen wat verdachte zei. Door te overwegen dat aan verdachte de hoedanigheid van “bestuurder” a.b.i. art. 343 Sr kan worden toegekend, heeft hof aan de in art. 343 Sr voorkomende term “bestuurder” een juiste uitleg gegeven. Ad 3. Gelet op art. 24 Faillissementswet en art. 1791 BW leidt het enkele door iemand die in staat van faillissement verkeert aan de boedel onttrekken, voor curator in zijn faillissement verzwijgen of niet aan deze verantwoorden van een door hem na faillietverklaring geleend geldbedrag, nog niet tot verkorting van rechten van zijn schuldeisers. Dit brengt mee dat bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte ter bedrieglijke verkorting van zijn schuldeisers heeft gehandeld, niet kan worden afgeleid uit inhoud van gebruikte b.m. Volgt (partiële) vernietiging en verwijzing. CAG: anders t.a.v. “ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen