HR 7 april 1967, ECLI:NL:HR:1967:AB9715

Rechtspositie van legitimarissen die een beroep doen op hun wettelijk erfdeel. Bepaling der waarde van nagelaten en door de testamentaire universele erfgename des erflaters te eigen bate vervreemde onroerende goederen, welke in aanmerking moet worden genomen bij de scheiding en deling van de nalatenschap tussen de testamentaire erfgenamen (weduwe van de erflater) en uit haar huwelijk met de erflater geboren kinderen, die zich op hun legitieme hebben beroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl