HR 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72
Medeplegen uitlokking van moord en van medeplegen moord in 1956 in Heer, art. 289 Sr. TBR met dwangverpleging opgelegd. 1. Verzuim niet verschenen getuige op te roepen. 2. Kon hof zaak onderzoeken o.g.v. onderzoek ttz. in eerste aanleg, nu dit onderzoek nietig was? 3. Geldigheid dagvaarding. 4. Innerlijke tegenstrijdigheid bewezenverklaring. 5. Heeft hof verzuimd keuze te maken uit alternatieven in tll.? 6. Bewijsklachten. 7. Innerlijke tegenstrijdigheid ’s hofs overwegingen. 8. Weergave bewijsmiddelen in arrest. 9. Heeft hof t.a.v. bewezenverklaring en verweren beraadslaagd op grondslag van onderzoek ttz.? 10. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 jaren) en motivering oplegging TBR met dwangverpleging. Heeft hof t.a.v. oplegging van straf en maatregel overwegingen ontleend aan inhoud van psychiatrisch rapport, terwijl die inhoud niet in dat rapport staat? 11. Motivering oplegging TBR met dwangverpleging. Heeft hof t.a.v. oplegging van maatregel beraadslaagd o.g.v. onderzoek ttz.? 12. Strafmotivering. Kon hof bij verminderde toerekeningsvatbaarheid een gevangenisstraf van 12 jaren opleggen? 13. Kwalificatieklacht. Kon hof bewezenverklaring kwalificeren als medeplegen uitlokking van “moord en van medeplegen moord”, nu alleen medeplegen uitlokking van “medeplegen moord” op bewezenverklaarde past? 14. Heeft hof verzuimd beslissing te geven omtrent stukken van overtuiging? Ad 1. tot en met 12 en 14. Middelen falen. Ad 13. Klacht is gegrond, zodat ‘s hofs arrest, wat de door hof aan bewezenverklaarde toegekende kwalificatie betreft, niet in stand kan blijven. HR kwalificeert bewezenverklaarde als medeplegen uitlokking van medeplegen moord.
De uitspraak op rechtspraak.nl