HR 22 november 1949, ECLI:NL:HR:1949:53

Dood door schuld in de uitoefening van ambt of beroep door als politieagent viermaal in het lichaam van slachtoffer te schieten, art. 307.1 jo 309 Sr. 1. Heeft vierde schotwond de dood ten gevolg gehad? 2. Noodweer. Kon t.t.v. laatste schot nog worden gesproken van aanranding? 3. Noodweerexces. Is door tijdsverloop na aanranding door slachtoffer lossen van het laatste schot onmiddellijk gevolg geweest van hevige gemoedsbeweging? 4. Kan verklaring getuige-deskundige voor bewijs worden gebruikt, nu uit p-v niet blijkt dat die verklaring niet is betwist? Ad 1. Rechter kon uit de feiten en omstandigheden, die uit b.m. blijken, afleiden dat slachtoffer, hoewel al door drie schotwonden zwaar en mogelijk reeds dodelijk gewond, door het laatste schot zodanig is getroffen dat a.g.v. dit schot de dood is ingetreden, al is op dit doen intreden van de dood de verminderde weerstand van slachtoffer, veroorzaakt door de drie voorafgaande schotwonden, mede van invloed geweest. Ad 2. In de gegeven omstandigheden moet het voor een ieder, dus ook voor verdachte, duidelijk zijn geweest dat, toen het laatste schot gelost werd, van noodweer geen sprake kon zijn. Ad 3. Rechter kon oordelen dat door het verloop van een betrekkelijk ruime tijd nadat de aanranding van de zijde van slachtoffer zou hebben plaatsgevonden het lossen van het laatste schot niet het onmiddellijke gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging. Vraag of rechter zulk onmiddellijk gevolg terecht niet heeft aangenomen, kan als zijnde van feitelijke aard in cassatie niet worden getoetst. Ad 4. In p-v van tz. is na de vermelding van de verklaring van getuige-deskundige en de verklaringen van zes getuigen en verdachte aangetekend dat verdachte de verklaringen van de getuigen niet betwist. Deze aantekening heeft kennelijk mede betrekking op de verklaring van getuige-deskundige, nu in de verklaring van verdachte niets voorkomt wat op een betwisting van de verklaring van getuige-deskundige wijst. Volgt verwerping. Conclusie niet voorhanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen