HR 18 oktober 1949, ECLI:NL:HR:1949:107
Herziening van uitspraak van Tribunaal. Tijdens Duitse bezetting in tweede wereldoorlog vertrouwelijke omvang hebben met Duitse officier, art. 1 Tribunaalbesluit. Aangevoerd wordt dat in de voor bewijs gebruikte verklaringen van 3 getuigen omstandigheden zijn aangevoerd, die niet ter kennis van tribunaal zijn gebracht. Is herziening mogelijk van uitspraak van Tribunaal? Wetgever heeft noch in Tribunaalbesluit noch in tijdelijke wijziging van dit besluit het rechtsmiddel van herziening geschapen tegen uitspraken van Tribunaal. Wetgever moet dit desbewust hebben nagelaten, nu hij korte tijd daarvoor van uitspraken van Bijzondere Gerechtshoven en van Bijzonderen Raad van Cassatie herziening in art. 1 Besluit Buitengewone Rechtspleging uitdrukkelijk heeft ingevoerd en in art. 40-42 van dat besluit nader heeft geregeld. Voorts heeft wetgever in Tribunaalbesluit en in tijdelijke wijziging van dit besluit telkens bepaaldelijk aangewezen welke artikelen van WvSv van toepassing of van overeenkomstige toepassing zouden zijn maar daaronder art. van (herziening regelende) Titel VIII van Derde Boek van WvSv niet opgenomen. Wet overgang bijzondere rechtspleging, die o.m. herziening van laatstbedoelde uitspraken (van Bijzondere Gerechtshoven en van Bijzonderen Raad van Cassatie) aan gewijzigde regelen onderwierp, heeft desbewust herziening van eerstbedoelde uitspraken (van Tribunaal) doen blijven ontbreken. Bij totstandkoming van deze wet, in mondeling overleg tussen vaste Commissie voor Privaat- en Strafrecht uit Tweede Kamer en Minister van Justitie, is door Commissie aan Minister verzocht te overwegen “of mogelijkheid van herziening behoort te worden ingevoerd”. Toen Minister heeft verklaard “invoering van instituut van herziening niet nodig te achten”, werd door Commissie ingezien dat invoering “vrij uitvoerige regeling nodig zou maken, welke niet gemakkelijk in dit wetsontwerp zou kunnen worden opgenomen”. Daarna heeft Minister op overeenkomstige vraag in Voorlopig Verslag der Commissie van Rapporteurs uit Eerste Kamer wederom afwijzend geantwoord en medegedeeld dat volgens eenstemmig advies van Hoge Autoriteiten “in praktijk van behoefte aan herziening van tribunaaluitspraken haar niet in enig geval is gebleken. Wel bestaat behoefte aan vermindering van opgelegde maatregelen”, waarin evenwel door drietal regelingen was en (bij dit wetsontwerp nog) werd voorzien. Nu ons recht herziening van uitspraken van Tribunalen niet kent, bestaat recht tot het aanvragen van zodanige herziening niet. Aanvraag n-o.
De uitspraak op rechtspraak.nl