HR 22 november 1949, ECLI:NL:HR:1949:1
Motorpapieren, verontschuldigbare dwaling omtrent wederrechtelijkheid als strafuitsluitingsgrond (afwezigheid van alle schuld). OM-cassatie. Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. vervoeren van door hem bestuurd motorrijtuig zonder nationaliteitsbewijs (art. 157, 205 en 219 Algemene wet van 26-8-1822, S. 38), nu aannemelijk is dat verdachte na gesprek met opperwachtmeester van rijkspolitie in veronderstelling verkeerde dat hij zonder plegen van overtreding met motorrijtuig kon rijden. Kan slechts sprake zijn van afwezigheid van alle schuld, indien verdachte zou hebben gevraagd of nationaliteitsbewijs of gelijkwaardig document al dan niet was vereist dan wel onder welke omstandigheden zo’n document noodzakelijk was? Gedachte om hiernaar te vragen behoefde niet op te komen bij verontschuldigbare onbewustheid van verboden zijn van handeling, welke onder verscheidene omstandigheden bij verdachte kon intreden. Er is geen grond aanwezig om aan te nemen dat dergelijke onbewustheid bij verdachte niet aanwezig kan zijn geweest a.g.v. gesprek met opperwachtmeester van rijkspolitie. Bij dat gesprek zijn door verdachte een aantal bescheiden overgelegd, ook al is voornoemde vraag toen niet door hem gesteld. Volgt verwerping. CAG: anders.