HR 21 februari 1913, ECLI:NL:HR:1913:36
Uit het onderling verband der artikelen 153 en 156 Grondwet volgt, dat de vraag, of de voorwaarden, door artikel 620 Burgerlijke Rechtsvordering gesteld voor het bestaan der bevoegdheid om als scheidsmannen op te treden, aanwezig zijn, wanneer daaromtrent geschil bestaat, door den rechter en niet door de scheidslieden moet worden uitgemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl