HR 26 november 1897, ECLI:NL:HR:1897:2

De vennootschap onder firma heeft een vermogen dat is afgescheiden van de vermogens van de vennoten. In art. 32 tot en met 35 Wetboek van Koophandel is voorgeschreven dat bij ontbinding van de vennootschap vereffening van de zaken van die vennootschap moet plaatsvinden; eerst moeten de schulden van de vennootschap worden voldaan en pas daarna wordt het overbleven saldo verdeeld. Deze in het algemeen voor ontbinding van de vennootschap gegeven voorschriften gelden ook bij ontbinding van de vennootschap ten gevolge van het faillissement van de vennoten. Die voorschriften gelden ook tegenover de privé-schuldeisers van de vennoten, die niet meer recht hebben dan de vennoten zelf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen