Hof 's-Hertogenbosch 29 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2076
Belanghebbende maakt bezwaar tegen de explootkosten van € 18 voor de betekening van een hernieuwd betalingsbevel van openstaande gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2021. In hoger beroep stelt hij onder meer geen uitnodiging voor de rechtbankzitting en geen aanmaning te hebben ontvangen en betwist dat invordering mag plaatsvinden zolang WOZ-zaken lopen. Het hof heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de oproeping, zoals door de rechtbankgriffier is verklaard, te twijfelen. Bovendien is belanghebbende zonder kennisgeving niet verschenen bij de zitting van het hof en heeft hij niet toegelicht welke gevolgen een eventuele schending van het hoorrecht zou moeten hebben. Het hof oordeelt dat de invorderingsambtenaar terecht de explootkosten in rekening kon brengen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ontvangst van de aanmaning redelijkerwijs betwijfeld moet worden; dit strookt ook niet met het feit dat hij tegen de aanmaningskosten heeft geprocedeerd. De overige stellingen zijn onvoldoende onderbouwd. Hoger beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl