Hof 's-Hertogenbosch 22 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1950
WOZ. De onroerende zaak is een gaswinnings- en gasbehandelingslocatie en bestaat uit grond en opstallen. De opstallen kunnen worden onderscheiden in drie onderdelen: putten, ‘utilities’ (ook wel: installaties) en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de waardering van de onroerende zaak heeft de Hoge Raad in een verwijzingsarrest beslist dat verwijzing moet volgen voor een nadere beoordeling met betrekking tot: (a) de abandonneringskosten; (b) de buiten beschouwing te laten werktuigen, en (c) de correctie wegens excessieve gebruikskosten. Het hof is van oordeel dat de abandonneringskosten alleen voor het onderdeel putten gelden en zijn aldus ten onrechte in aanmerking genomen ter zake van de onderdelen installaties en infrastructuur/gebouwen. Ten aanzien van de buiten beschouwing te laten werktuigen is het hof van oordeel dat belanghebbende na verwijzing niet heeft voldaan aan haar bewijslast en dat dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de uit te zonderen bestanddelen. Het hof oordeelt in goede justitie dat de excessieve gebruikskosten voor de utilities vastgesteld moeten worden op 12,5%.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 2 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:619
- HR 12 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:571
- Conclusie A-G Koopman 8 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1099
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3651
- HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1776
- HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1818
- HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR7057
- HR 7 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6113
- HR 30 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2814
- HR 25 november 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2572
- HR 17 november 1982, ECLI:NL:HR:1982:AC7770