Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1395

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van 'medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod' tot een geldboete ter hoogte van € 250,00, subsidiair 2 dagen hechtenis en ter zake van 'overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994' tot een geldboete ter hoogte van € 450,00, subsidiair 4 dagen hechtenis. Verwerping van het verweer dat niet vast gesteld kan worden dat de verdachte wist van en de beschikkingsmacht had over de in zijn auto aanwezige hennep. Verwerping van het verweer dat er geen sprake is van een 'onderzoek' als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, nu niet blijkt hoeveel bloed er bij de verdachte is afgenomen en daarmee niet is voldaan aan de strikte waarborgen die aan een dergelijk onderzoek worden gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken