Hof 's-Hertogenbosch 6 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1167

Naheffing overdrachtsbelasting. Vóór de levering van hun eerste woning hebben belanghebbende en zijn partner een tweede woning gekocht die meer aan hun wensen voldeed. Op de eerste woning is het verlaagde tarief van 2% voor de overdrachtsbelasting toegepast. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd naar een tarief van 8%. Het hof acht dit terecht omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van verkrijging van de eerste woning de intentie nog aanwezig was om deze woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Ook is geen sprake van onvoorziene omstandigheden zoals bedoeld in artikel 15a, lid 5, Wbr. Een beroep op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur slaagt evenmin. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken