Hof 's-Hertogenbosch 21 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1063

Bevestiging (met aanvulling van de gronden en met uitzondering van de strafoplegging) van veroordeling wegens medeplegen van zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd. Hof overweegt dat artikel 14b, derde lid, Sr is vervallen wegens het invoeren van een nieuwe strafmodaliteit in artikel 8.11a van de Wet dieren en dat die nieuwe strafmodaliteit niet als gunstiger kan worden beschouwd. Het houdverbod wordt daarom opgelegd als een bijzondere voorwaarde, bij de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met de maximale proeftijd van 10 jaren. Daarnaast legt het hof een taakstraf op voor de duur van 20 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 dagen hechtenis.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen