Hof 's-Hertogenbosch 18 februari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:397

Vrijspraak feit 1 (oplichting, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd. Veroordeling feit 2 (oplichting, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan de verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd) tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Ten aanzien van feit 1 heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte en de medeverdachte met het uitbrengen van de producten van meet af aan het oogmerk hebben gehad om het bedrijf met de ingelegde geldbedragen van de beleggers wederrechtelijk te bevoordelen. Ten aanzien van feit 2 (later in de tijd gelegen) is het hof van oordeel dat met het uitgeven van deze specifieke obligatie, terwijl de verdachte en de medeverdachte wisten dat hetgeen in de prospectus stond (deels) in strijd met de waarheid was en waarbij voor de beslissing tot inleg relevante informatie werd verzwegen, er sprake is geweest van oogmerk op het bedrieglijk handelen en wederrechtelijke bevoordeling. De oplichting was reeds voltooid toen de daartoe bewogen investeerders de bedragen hadden overgemaakt om daarmee te kunnen investeren in het helikopterproject, hetgeen gezien de hierboven opgenomen feiten en omstandigheden niet zou gebeuren. Op dat moment was van een voorzienbaar rendement uit [bedrijf 3] binnen de looptijd van de Offering Memorandum, mede gezien de beslissing dat er geen geld meer zou gaan naar de concessie [bedrijf 3] in Guyana, naar het oordeel van het hof bovendien geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken