Hof 's-Hertogenbosch 14 februari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:374
Vrijspraak van opzettelijk brand stichten (primair) of poging daartoe (subsidiair), bewezenverklaring van "een vuur aanleggen, voeden of onderhouden op zo korte afstand van gebouwen of goederen, dat daardoor brandgevaar kan ontstaan" (meer subsidiair). (vrijspraak primair, subsidiair) Voor bewezenverklaring van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde is vereist dat er een concreet gevaar dient te zijn voor personen of goederen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat op grond van het dossier en gezien de aard van de gedraging en de voorliggende feiten en omstandigheden niet kan worden vastgesteld dat er een reëel risico bestond dat het door de verdachte aangelegde vuur zou overslaan op (de houten omlijsting van) de winkelpui of dat het glas van de winkelpui of de winkelpui zelf schade zouden oplopen en dat daardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld of er gevaar zoals tenlastegelegd voor de aanwezige bewoners te duchten was. (bewezenverklaring meer subsidiair) Artikel 429, aanhef en sub 1 van het Wetboek van Strafrecht betreft een abstract gevaarzettingsdelict. Deze categorie van delicten houdt de strafbaarstelling in van een bepaalde gedraging waardoor in het algemeen – in casu de algemene veiligheid van personen en goederen – gevaar kán ontstaan. Voldoende is daarbij dat het belang (het te beschermen rechtsgoed) in gevaar wordt gebracht door de strafbaar gestelde gedraging. [...] Deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, brengen naar het oordeel van het hof mee dat het op korte afstand van goederen en het winkelpand aangelegde vuur op zichzelf bezien brandgevaar met zich bracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl