Hof 's-Hertogenbosch 6 oktober 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3716

Vrijspraak inzake mensenhandel. In het geval van mensenhandel ontbreekt het aan keuzevrijheid om zich aan de situatie te (kunnen) onttrekken. Het is in feite moderne slavernij. Vast staat dat de verdachte en zijn medeverdachten zich niet steeds gedurende de lange arbeidsrelatie van 25 jaren als een goed werkgever hebben gedragen jegens aangever. Hoewel de aantijgingen aan het adres van de verdachte en zijn medeverdachten in de loop der tijd eerder zijn verzwakt dan versterkt, heeft de wijze waarop door de verdachte aan het werkgeverschap (mede) uitvoering werd gegeven niet ertoe geleid dat er geen keuzevrijheid meer was voor de aangever om zijn werk te beëindigen. Integendeel, aangever is naar eigen zeggen geregeld weggegaan als het hem niet zinde. Het schofferen van een werknemer, het dreigen diens loon in te houden, het beperken van verlofmogelijkheden en het niet vergoeden van reiskosten acht het hof veeleer omstandigheden die ervoor zorgen dat iemand vertrekt, dan dat dit een werknemer ertoe brengt om zich verplicht te voelen om bij zijn werkgever te blijven. Kort gezegd kan het hof op basis van de voorhanden bewijsmiddelen, ook alle afzonderlijk in de tenlastelegging vermelde omstandigheden bezien in onderling verband en samenhang, niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat aangever gedurende de tenlastegelegde periode onder zodanige omstandigheden heeft gewerkt dat in het onderhavige concrete geval gesproken kan worden van mensenhandel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen