Hof 's-Hertogenbosch 5 november 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3035

Aanslag IB/PVV over 2016 en 2017. In geschil is het recht op aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. Het gaat om diverse uitgaven die zijn gemaakt in verband met de behandeling van de echtgenote van belanghebbende. Het hof is van oordeel dat belanghebbende ten aanzien van een deel van de uitgaven aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden voor aftrek is voldaan, waaronder consulten bij een arts en (bloed)testen in opdracht van de arts. Ten aanzien van het andere deel van de uitgaven is het hof van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden voor aftrek is voldaan, bijvoorbeeld omdat niet aannemelijk is dat het om een behandeling gaat die op grond van de wet onder ‘genees- en heelkundige hulp’ moet worden verstaan. De uitkomst van deze procedure is dat er voor het jaar 2016 een hoger recht op aftrek bestaat dan de inspecteur verleend had, zodat het belastbaar inkomen uit werk en woning verminderd moet worden. Voor het jaar 2017 wijzigt het belastbaar inkomen uit werk en woning niet, omdat de uitgaven die volgens het hof kwalificeren als specifieke zorgkosten niet boven het drempelbedrag uitkomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken