Hof 's-Hertogenbosch 25 juni 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1774
Rijnvarende. Het hof is van oordeel dat belanghebbende in de jaren 2011, 2012 en 2016 premieplichtig is. Van een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel is geen sprake. Belanghebbende heeft verder geen recht op verrekening van in het buitenland geheven premies. Ook is het fiscale loon in de jaren 2011 en 2012 niet te hoog vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535
- HR 27 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1407
- HR 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371
- HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:610
- HR 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1748
- HR 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:187
- CRvB 22 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2609
- HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1150
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725
- HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:729
- HR 28 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2427
- HR 15 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5458
- HR 28 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5146
- HR 24 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5026
- HR 14 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5725
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:961